Geschiedenis

Home / Geschiedenis

1-Tekening-van-Roelant-Roghman-1646-1647-De-kasteeltekeningen-van-Roelant-Roghman-Canaletto-1989Twee buitenplaatsen ten noorden van het Hofland vormden lange tijd de enige bebouwing ter plaatse: het kasteel Westerbeek, dat ongeveer was gelegen op de hoek van de huidige De la Reyweg en de Bothastraat, en de boerderij Engelenburg, die in de 18e eeuw met een groot herenhuis tot een buitenverblijf zou worden uitgebreid. Engelenburg was via de Loosduinseweg met een oprijlaan te bereiken en lag ter hoogte van de straat, waarin haar naam thans nog voortleeft. In 1900 moest dit buiten, waarvan de eerste vermelding in 1570 wordt gevonden, wijken voor de stadsuitbreiding.

Het meest markante gebouw van de twee was ongetwijfeld het kasteel Westerbeek, genoemd naar de gelijknamige beek, die ten zuidwesten van Den Haag loopt. In de ‘Korte en beknopte Beschryving van ‘s-Gravenhage’, verschenen in 1767, staat Westerbeek als volgt omschreven: “Het legt rondsom in zyne graften en was voorhenen voorzien van 4 toorens met schietgaten tot bescherming en tegenweer. Thans heeft het enige lage zeskante toorentjes met spitse kappen die rondom een vierkant muurwerk staan, en op het dak is een vierkant toorenswys uitstek met een leuning omzet….”. Het huis moet zijn gebouwd in 1430 door Willem van Schagen, baljuw van Den Haag en raadsheer in het Hof van Holland. Hij was een natuurlijke zoon van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, en Maria van Bronkhorst. In zijn lange geschiedenis kende het verscheidene belangrijke bewoners, onder wie de families van Seghwaert, Van Westerbeek en Slicher, waarvan een aantal leden hoge posten in Holland bekleedde.

In 1794 werd het huis Westerbeek op enige gebouwen na geheel gesloopt. Bij het huis behoorde ook een boerderij, die bekend stond als de hofstede Vittelervoorde en later de Haagwoning werd genoemd: deze lag iets ten zuiden van het kasteel, op de plaats waar de Scheeperstraat uitkomt op De la Reyweg. De naam Haagwoning is al aangetroffen in archiefstukken uit het begin van de zeventiende eeuw: de geschiedenis van deze boerderij gaat terug tot in de vijftiende eeuw. In de 19e eeuw is, aangrenzend aan en onder één dak met de Haagwoning het buitenverblijf ‘Mon Verger’ gebouwd. In 1914 kocht de gemeente ‘s-Gravenhage de Haagwoning om deze in 1915 te laten afbreken.

Het Westerbeek-terrein werd tenslotte in 1895 door mevr. S.C. Heppener verkocht aan de N.V. Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen ‘Laan van Meerdervoort’. Eén van de bestuursleden van deze maatschappij, Mr. A.E.H. Goekoop, bezat een grote historische interesse en op zijn instigatie werden in de winter van 1896-’97 en 1897-’98 door een groep werklozen onder leiding van ir. J.F.R. van de Wall de fundamenten van het kasteel blootgelegd. Wat al uit oude afbeeldingen bekend was, werd door de opgraving nog eens bevestigd: het betrof een sterk kasteel, met een oppervlakte van 690 m², voorzien van zware hoektorens en omringd door een brede gracht.

De terreinen van de buitenplaats Engelenburg werden in 1896 door H.J.C. van Sonsbeek, weduwe van jhr. J.W.P. Diert van Melissant, verkocht aan de Haagsche Bouwgrondmaatschappij ‘Engelenburg’. Beide bouwgrondmaatschappijen gingen voortvarend te werk met hun plannen tot bebouwing van het gebied. Zij dienden stratenplannen in, die in 1898 door de Gemeenteraad werden goedgekeurd. Het terrein waar de eerste bebouwing ontstond is het stuk omzoomd door De la Reyweg, de Steynlaan tot voor de Engelenburgstraat en de Loosduinsekade.

Paul Krugerlaan no 181  2 denhaag 2 beeldbankIn de eerste jaren van deze eeuw werden hier de Paul Krugerlaan en haar zijstraten aangelegd. De straat kreeg al vrij snel het karakter van een drukke winkelstraat, waar in de jaren dertig zelfs markt werd gehouden. In veel gevallen nam de gemeente na jaren de op particuliere grond gelegen straten in eigendom over. Een citaat van F. Bordewijk in ‘Het Eiberschild’ geeft een indruk hoe dit fantasieloze en grauwe gedeelte van de wijk omstreeks de jaren veertig op een buitenstaander overkwam: “Men kan zich niets schunnigers in opzet en uitvoering denken dan de straten afgetakt van de Paul Krugerlaan”. Het doodlopen van de korte zijstraatjes van de Engelenburgstraat is een gevolg van het reeds ten tijde van de wijkaanleg aanwezige spoorwegem-placement. Al in 1886 namelijk startte de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij haar ‘spoortramweg’ naar Scheveningen, die via het huidige tracé van tramlijn 11 van het station Hollandse Spoor naar Scheveningen leidde. In 1927 werd het personen- en goederenvervoer op deze lijn overgenomen door de H.T.M.

 

In die tijd lag aan de Loosduinsekade – gedeeltelijk op het terrein van het spoorwegemplacement – een haventje met sluizen. De vreemde knik in de Rozenburgstraat, de Groenesteinstraat en de Van Damstraat is hiervan nog een gevolg. Het terrein van het spoorwegemplacement heeft lange tijd plaats geboden aan een aantal bedrijven die van de Nederlandse Spoorwegen terrein huurden voor hun kolenhandel. De bouw van dit noordelijke gedeelte van de Transvaalwijk, van de Loosduinsekade tot aan de Scheeperstraat, werd nog voor de Eerste Wereldoorlog gerealiseerd.

Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog werd gestart met woningbouw in het gebied ten zuiden van de Scheeperstraat tot aan de Hoefkade. Er heerste in die tijd grote woningnood in Den Haag, die mede veroorzaakt werd door de komst van veel Belgische vluchtelingen en de reeds bestaande stroom van migranten naar de steden, waar de economische vooruitzichten iets beter leken dan op het platteland. De bebouwing in dit deel van de wijk was weliswaar ook zeer dicht, maar in tegenstelling tot het noordelijk deel zijn de binnenterreinen opengebleven. Bij verscheidene bouwblokken werden gemeenschappelijke tuinen aangelegd. De bouw werd grotendeels in handen gegeven van woningbouwverenigingen – onder andere De Goede Woning, Onze Hulp, Verbetering Zij Ons Streven en Patrimonium (Christelijk Werkliedenverbond) – en de woningen waren voornamelijk bedoeld voor de arbeidende klasse. Op oude foto’s komt de verbondenheid van een deel van de wijkbewoners met de S.D.A.P. vrij duidelijk tot uiting in de verkiezingsleuzen, die voor deze partij op straat werden gekalkt. De wijk is rond 1930 voltooid.

Over_de_Haagse_Markt_-_Geschiedenis_01In 1938 werd de algemene warenmarkt van de Prinsegracht, waardoor het toenemende verkeer een onhoudbare situatie was ontstaan, verplaatst naar de Herman Costerstraat, toen nog het ‘uiteinde van de stad’ zoals de zich verzettende marktkooplieden zeiden. Het terrein tussen de Herman Costerstraat en de trambaan was in het uitbreidingsplan uit 1908 van H.P. Berlage gereserveerd voor het doortrekken van de Laakhaven tot aan de Loosduinsevaart. Verplaatsing van het verderop gelegen spoorwegemplacement bleek evenwel zo duur, dat het Laakkanaal uiteindelijk werd aangelegd langs de Troelstrakade en de Soestdijksekade. De markt heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot de grootste warenmarkt van ons land. De wijk heeft de naam ‘Transvaalkwartier’ gekregen, nadat aan de nieuwe straten de namen waren gegeven, welke ontleend waren aan de Tweede Boerenoorlog in Zuid Afrika (1899-1902). Deze oorlog maakte veel indruk in Nederland, waar evenals in de meeste andere Europese landen veel sympathie bestond voor de strijd van de Boeren tegen Engeland.

Structurele en/of functionele veranderingen
Het noordelijk gedeelte van de wijk is tussen omstreeks 1901 en 1910 gebouwd voor de lage middenklasse. Naarmate dit gedeelte van de wijk ouder werd en onderhoud achterwege bleef, kwamen hier de mensen uit de laagste inkomenscategorie te wonen. Het noordelijk deel van Transvaal was urgentiegebied voor de stadsvernieuwing. Een deel van de bebouwing is vervangen door nieuwbouw; een groot gedeelte is gerenoveerd volgens een hoog renovatieniveau (ingrijpende wijzigingen) en een klein gedeelte volgens een laag renovatieniveau. In deze laatste categorie valt onder andere de bebouwing aan de Paul Krugerlaan, het Paul Krugerplein, de Steijnlaan en de Loosduinsekade. Er is daarnaast bebouwing gesloopt om dwarsverbindingen in lange straten te maken, speelplaatsen aan te leggen en doodlopende woonstraten te laten vervallen. De voortuintjes in de woonstraten zijn in de loop der tijd vrijwel alle verdwenen ten behoeve van parkeerplaatsen en het verbreden van de rijstrook. Bij de laatste renovaties is een aantal straten tot woonerf ingericht.

In het gedeelte ten zuiden van de Scheepersstraat is voornamelijk sociale woningbouw gerealiseerd. Hier wordt de meeste bebouwing gerenoveerd volgens een laag renovatieniveau. Een aantal scholen en kerken is afgebroken ten behoeve van woningbouw. De bedrijfjes in de wijk zijn verplaatst naar het bedrijventerrein aan de Monstersestraat of naar elders.

(Bron: Monumenten inventarisatieproject Den Haag 1850-1940. Den Haag 1992)

Meer weten? Lees dan ook:
– E. Habold, De bouw van Transvaalwijk. Leiden 1980.
– Transvaal: onafhankelijk wijkblad voor Transvaal en Engelenburgbuurt, 1975 jrg. 1 – 1994, incompleet.

 

Bron: denhaag.nl